Vraagwinkel
De Vraagwinkel is een van die typische Biekorf-rubrieken, die al decennialang de lezer prikkelen. “Wat je in ‘de vraagwinkel’ (…) aan merkwaardigheden aantreft, is effenaf onthutsend en levert driemaandelijks het onomstotelijke bewijs dat de menselijke nieuwsgierigheid geen grenzen heeft.” Dat zei professor Romain Van Eenoo in zijn lofrede bij de 100ste jaargang van Biekorf toen hij het had over de originaliteit en de uniciteit van Biekorf (jg. 2000, p. 301).
Niet enkel uit nieuwsgierigheid van de vraagsteller, maar ook als bindmiddel met de Biekorf-abonnee. De Vraagwinkel biedt een platform voor wie vastzit in zijn onderzoek of voor wie op iets gebotst is waarover hij zich vragen stelt. De rubriek roept op tot het delen van de eigen kennis door een rechtstreeks appel tot de lezer.
Met behoorlijk succes. Door de band genomen krijgt zowat één vraag op drie een antwoord. Vaak onmiddellijk, maar soms ook pas decennia later. Soms heel kort, in andere gevallen als een artikel op zich. Soms van lezers die voor het eerst in de pen kruipen om een antwoord te formuleren. Op die manier zorgt Vraagwinkel voor een ongeziene interactie tussen een tijdschrift en zijn lezers.
Hebt u een vraag voor Biekorf of weet u het antwoord op een van de gestelde vragen, aarzel dan niet en mail naar ludo.vandamme@telenet.be. Biekorf kijkt uit naar uw vragen en/of uw antwoorden!
-
Den verduldigen Job
Vraagwinkel 2025-3
Pierre Dominique Rouget, schepen van het Brugse Vrije, was eigenlijk een Fransman, maar heeft duidelijk moeite gedaan om Nederlands te leren. Van hem is een vertaling bekend (Maniere om in de natte en regenagtige jaeren de graenen by een te vergaderen…, bij drukker Lacroix, Brugge, z.j.). Volgens Pieter Ledoulx schreef hij ook een boecksken dat voor tytel heeft den verduldigen Job. Weet iemand meer over dit “boecksken”? (Peter De Baets)

-
Werkhuizen Leclerc(q) in Brugge
Vraagwinkel 2025-3
In 1857 kocht baron Ernest Peers uit Oostkamp een locomobiel – een verrijdbare stoommachine – die vervaardigd was in de werkhuizen Leclerc(q) in Brugge. Nog in 1865 wonnen de werkhuizen Leclerc(q) in Gent prijzen met hun vaste en verrijdbare dorsmachines. Wie was de oprichter van dit bedrijf? Hoe lang heeft het in Brugge bestaan? Hoeveel mensen werkten er? Welke producten werden er vervaardigd? (KV)

-
Een bougourije in een smidse
Vraagwinkel 2025-3
Tijdens mijn onderzoek naar acht generaties Beernaerts, dorpssmeden in Lichtervelde, kwam ik een inventaris uit 1720 op het spoor. Deze inventaris werd opgemaakt bij het overlijden van Gillis Beernaert en beschrijft het gereedschap in zijn smidse: aambeeld, waterbak, vijlstaak, blaasbalg enz. Eén stuk gereedschap is mij onbekend: de bougourije. Weet iemand welk werktuig dit is? (Filip Van Devyvere)

-
De hospitaalridder Jacobus of Johannes Fontanus
Vraagwinkel 2025-3
Jacobus Fontanus publiceerde een verslag over de verovering van Rhodos door de Ottomanen op de Hospitaalridders in 1522. Pieter Ledoulx spreekt in zijn overzicht van beroemde Brugse mannen over Joannes Fontanus, “krijghsrechter op het eijland van Rhodes ten jaere 1522 als het selve vande Turcken inghenomen werd”. Jo(h)annes of Jacobus: gaat het om dezelfde persoon? En kunnen het leven en de familie van deze Jacobus of Johannes worden gereconstrueerd? (LV)

-
Spotnamen voor Duitse soldaten
Vraagwinkel 2025-3
Het Oorlogsdagboek van het Davidsfonds (Brugge: Houdmont-Carbonez, 1918) heeft het over “een en ander over de Duitschers”. Zo komen (deel II, p. 288) spotnamen voor Duitse soldaten ter sprake, zoals “duiten” en “dassen”, en vanaf 1916, ook “knuls”. Deze laatste spotnaam heb ik ook gehoord uit de mond van mijn vader en grootvader. Hoe verspreid waren deze spotnamen? Zijn er nog andere bekend? (Guido Demerre)

-
Cornelis van Caukercken en de Duinenabdij
Vraagwinkel 2025-3
Cornelis van Caukercken (Antwerpen 1626-Brugge 1680) is de graveur van het bekende portret van Carolus de Visch, de geleerde monnik van de Duinenabdij, uit 1665. Zeven jaar eerder had hij al een gravure gemaakt die de eerste Duinenabt, Robrecht van Brugge, moest voorstellen, maar waarvoor Duinheer Augustinus Gauthont model stond. Die is opgenomen in het programmaboekje van de Brugse stoeten voor de Z. Idesbald in 1896. Waar is een origineel exemplaar van deze gravure te vinden? En wat was de relatie van deze kunstenaar met de abdij? (Jan Van Acker)

-
Haring verkopen in Brugge
Vraagwinkel 2025-3
In de zestiende eeuw vroeg het Brugse stadsbestuur aan de Brugse haringverkopers om hun aanbod passend te labellen, met name met een rood gekroond vaantje voor de droge haring up de meese of alve meese vander zelver nachte en voor droge haring van de vorige nacht die wel ghetauwet was. Geschoten harync en haring die beriest was, dienden van een geel label te worden voorzien. Meese, ghetauwet, geschoten, beriest: wie kan deze vaktermen uit de visserij en de visverkoop duiden? (B.)

-
Kouterbroden in Bovekerke
Vraagwinkel 2025-3
Voor een onderzoek naar het chronogram op het portaal van de kerk van Bovekerke nam ik wat kerkrekeningen door. In de kerkrekening van 1869 worden n.a.v. de herinwijding van de kerk allerlei onkosten gemeld. Zo is er ook sprake van: “Nog betaald voor kouterbrooden en aardappels”. Weet iemand wat kouterbroden zijn? (Marc Dewilde)

-
Landbouwcoöperaties in Ingelmunster en Emelgem (1859)
Vraagwinkel 2025-3
In 1859 hadden boeren in Ingelmunster en in Emelgem zich al verenigd om geld bijeen te brengen en zo samen dure landbouwmachines aan te kopen. Wie kan iets vertellen over deze twee vroege voorbeelden van samenwerking onder landbouwers? Hoe verliep die samenwerking concreet? (KV)

-
Snoeien in de feestkalender
Vraagwinkel 2025-3
In 1523 werden twee vicarissen-generaal van het bisdom Terwaan aangeduid met als zetel Ieper. Bijna onmiddellijk schaften ze de feestdagen van St.-Omaars, St.-Baafs, St.-Denijs en St.-Nicaas, enz., af omdat die niet leidden tot vroomheid en devotie, maar tot braspartijen en wanorde (Diegerick, Inventaire Ypres, dl. 5, p. 158). Wat is hierover bekend? (Jan Van Acker)

