Vraagwinkel

De Vraagwinkel is een van die typische Biekorf-rubrieken, die al decennialang de lezer prikkelen. “Wat je in ‘de vraagwinkel’ (…) aan merkwaardigheden aantreft, is effenaf onthutsend en levert driemaandelijks het onomstotelijke bewijs dat de menselijke nieuwsgierigheid geen grenzen heeft.” Dat zei professor Romain Van Eenoo in zijn lofrede bij de 100ste jaargang van Biekorf toen hij het had over de originaliteit en de uniciteit van Biekorf (jg. 2000, p. 301).

Niet enkel uit nieuwsgierigheid van de vraagsteller, maar ook als bindmiddel met de Biekorf-abonnee. De Vraagwinkel biedt een platform voor wie vastzit in zijn onderzoek of voor wie op iets gebotst is waarover hij zich vragen stelt. De rubriek roept op tot het delen van de eigen kennis door een rechtstreeks appel tot de lezer.

Met behoorlijk succes. Door de band genomen krijgt zowat één vraag op drie een antwoord. Vaak onmiddellijk, maar soms ook pas decennia later. Soms heel kort, in andere gevallen als een artikel op zich. Soms van lezers die voor het eerst in de pen kruipen om een antwoord te formuleren. Op die manier zorgt Vraagwinkel voor een ongeziene interactie tussen een tijdschrift en zijn lezers.

Hebt u een vraag voor Biekorf of weet u het antwoord op een van de gestelde vragen, aarzel dan niet en mail naar ludo.vandamme@telenet.be. Biekorf kijkt uit naar uw vragen en/of uw antwoorden!

  • Spotnamen voor Duitse soldaten

    Vraagwinkel 2025-3

    Het Oorlogsdagboek van het Davidsfonds (Brugge: Houdmont-Carbonez, 1918) heeft het over “een en ander over de Duitschers”. Zo komen (deel II, p. 288) spotnamen voor Duitse soldaten ter sprake, zoals “duiten” en “dassen”, en vanaf 1916, ook “knuls”. Deze laatste spotnaam heb ik ook gehoord uit de mond van mijn vader en grootvader. Hoe verspreid waren deze spotnamen? Zijn er nog andere bekend? (Guido Demerre)

  • Cornelis van Caukercken en de Duinenabdij

    Vraagwinkel 2025-3

    Cornelis van Caukercken (Antwerpen 1626-Brugge 1680) is de graveur van het bekende portret van Carolus de Visch, de geleerde monnik van de Duinenabdij, uit 1665. Zeven jaar eerder had hij al een gravure gemaakt die de eerste Duinenabt, Robrecht van Brugge, moest voorstellen, maar waarvoor Duinheer Augustinus Gauthont model stond. Die is opgenomen in het programmaboekje van de Brugse stoeten voor de Z. Idesbald in 1896. Waar is een origineel exemplaar van deze gravure te vinden? En wat was de relatie van deze kunstenaar met de abdij? (Jan Van Acker)

  • Haring verkopen in Brugge

    Vraagwinkel 2025-3

    In de zestiende eeuw vroeg het Brugse stadsbestuur aan de Brugse haringverkopers om hun aanbod passend te labellen, met name met een rood gekroond vaantje voor de droge haring up de meese of alve meese vander zelver nachte en voor droge haring van de vorige nacht die wel ghetauwet was. Geschoten harync en haring die beriest was, dienden van een geel label te worden voorzien. Meese, ghetauwet, geschoten, beriest: wie kan deze vaktermen uit de visserij en de visverkoop duiden? (B.)

  • Kouterbroden in Bovekerke

    Vraagwinkel 2025-3

    Voor een onderzoek naar het chronogram op het portaal van de kerk van Bovekerke nam ik wat kerkrekeningen door. In de kerkrekening van 1869 worden n.a.v. de herinwijding van de kerk allerlei onkosten gemeld. Zo is er ook sprake van: “Nog betaald voor kouterbrooden en aardappels”. Weet iemand wat kouterbroden zijn? (Marc Dewilde)

  • Landbouwcoöperaties in Ingelmunster en Emelgem (1859)

    Vraagwinkel 2025-3

    In 1859 hadden boeren in Ingelmunster en in Emelgem zich al verenigd om geld bijeen te brengen en zo samen dure landbouwmachines aan te kopen. Wie kan iets vertellen over deze twee vroege voorbeelden van samenwerking onder landbouwers? Hoe verliep die samenwerking concreet? (KV)

  • Snoeien in de feestkalender

    Vraagwinkel 2025-3

    In 1523 werden twee vicarissen-generaal van het bisdom Terwaan aangeduid met als zetel Ieper. Bijna onmiddellijk schaften ze de feestdagen van St.-Omaars, St.-Baafs, St.-Denijs en St.-Nicaas, enz., af omdat die niet leidden tot vroomheid en devotie, maar tot braspartijen en wanorde (Diegerick, Inventaire Ypres, dl. 5, p. 158). Wat is hierover bekend? (Jan Van Acker)

  • Sente Donas ter Roder Deure

    Vraagwinkel 2025-3

    In een opsomming van geconfisqueerde goederen na de slag bij Westrozebeke wordt van een stuk grond in Zandvoorde gezegd dat het belast was met een rente van vier schellingen groot te S(en)te Donas ter Roder Deure (BRUSSEL, Algemeen Rijksarchief, Rekenkamers, 48987, f. 29r). Is er meer geweten over deze instelling? (KV)

  • Voornaam Vegerina

    Vraagwinkel 2025-2

    Te Poperinge huwde in 1614 een Vegerina Mols. Ook te Poperinge liep er in de jaren 1650 een onderzoek naar een Vegerine van Beddelem in verband met hekserij (Doos Gazette (Guido Vandermarliere), nr. 250). In de getranscribeerde tekst spreekt men ook over Vegorine. Is dit dan de vrouwelijke tegenhanger van Vigor, een frequente voornaam in de Westhoek? (Peter De Baets)

  • Begraving van grote of kleine kinderen

    Vraagwinkel 2025-2

    Een reglement uit 1515 over de kostprijs van begravingen in Nieuwpoort geeft een originele beschrijving van een klein kind: als men ze kon dragen onder den aerm van eenen manne, werd een laag tarief aangerekend (Biekorf, 116 (2016), p. 305). De omschrijving lijkt nogal ruimte te laten voor interpretatie over lengte of gewicht van die kinderen. Zijn er nog dergelijk plastische beschrijvingen bekend? En zorgden afwijkende interpretaties dan voor problemen? (Jan Van Acker)

  • François van der Poorte en Antheunis Scoenmakers, landmeters

    Vraagwinkel 2025-2

    In het midden van de zestiende eeuw waren François van der Poorte en Antheunis Sc(h)oenmakers actief als landmeter in de Brugse polderstreek. Zo werkte beiden aan de ommeloper van de Blankenbergse Watering, 1554. En in mei 1566 zond het Brugse stadsbestuur een bode uit tOostkercke omme Antheunis Scoenmakers landtmetre. Wie weet meer over leven en werk van deze twee landmeters? (B.)