Ons tijdschrift nummer 4 van 2017 komt eraan

Het drukklaar krijgen van het laatste nummer van jaargang 2017 heeft wat vertraging opgelopen.
Onze excuses daarvoor. In de loop van de derde week van januari zal het kunnen verstuurd worden
Nog een klein beetje geduld dus. In afwachting kunnen we hier al in preview een mengelmaar over het stopzetten van de jaarlijkse paardenzegening in Brugge in 1782 meegeven:

Het stopzetten van het zegenen van paarden in Brugge in 1782

Het zegenen van paarden is tot op vandaag in heel wat steden en gemeenten nog een jaarlijks evenement. We denken hierbij voor onze provincie vooral aan Torhout en Sint-Elooiswinkel maar ook in Beselaere, Bredene, Eernegem, Ettelgem, Krombeke, Snellegem en Vlissegem (om het bij deze niet exhaustieve lijst te houden) vinden paardenzegeningen plaats. Meestal zijn deze zegeningen gelinkt aan Sint-Hubertus, de patroonheilige van de jacht. Brugge had vroeger ook een paardenzegening, maar nu niet meer. Dankzij een passage in de kroniek van Jozef van Walleghem (met dank aan vrijwilligster Regine Lameire) vonden we terug wanneer dit werd beëindigd en hoe deze zegening er uit zag.[1] Het stopzetten ervan gebeurde namelijk in 1782, meer bepaald op 3 december, toen op bevel van bisschop Felix Brenart (bisschop van 1777 tot 1794), de jaarlijkse paardenzegening voortaan werd verboden. Deze zegening was in Brugge, aldus Van Walleghem, een eeuwenoud volksgebruik. De laatste zegening van paarden vond dus plaats in 1781 en gebeurde naar aanleiding van de feestdag van de heilige Eligius of Sint-Elooi die op 1 december valt, ook omschreven als de koude Sint-Elooi. De warme Sint-Elooi is op de zondag na 24 juni. Brugge vormde hiermee een uitzondering op de meeste andere paardenzegeningen in West-Vlaanderen, omdat deze doorgaans vielen op of rond de warme Sint-Elooi.[2] Dat hiervoor de heilige Sint-Elooi werd gebruikt is niet zo vreemd want hij is de beschermheilige van de paarden en zijn hulp wordt ingeroepen tegen paardenziekten. Vandaag worden heel wat paardenzegeningen toegewijd aan Sint-Hubertus, de patroonheilige van de jacht.

Jozef van Walleghem bezorgt ons een goede beschrijving van het gebeuren in Brugge. De plaats van de zegening was het kerkhof van de Sint-Salvatorskerk (de huidige straatnaam Sint-Salvatorskerkhof verwijst vandaag nog naar deze reeds lang verdwenen begraafplaats). Bijna alle paarden uit de stad, maar ook heel wat uit het omliggende Brugse Vrije kwamen er met hun eigenaar en/of knecht. Het was dus daar een drukte van jewelste. De zegening gebeurde niet met een kwispel die in gewijd water werd gestopt om daarna te worden besprenkeld over de voorbijrijdende paarden. In Brugge had de pastoor enkele relieken (van Sint-Elooi?) in een sensel (of zensel, heeft in West- en Oost-Vlaanderen de betekenis van zegenaar, iets om mee te zegenen, zie WNT) gestoken dat dan eventjes tegen de mond van elk paard werd geduwd. Hierbij werd door elke knecht of begeleider minsten één stuiver afgegeven. In ruil kreeg men nog een papiere vendelken (bedevaartvaantje) met daarop gedrukt de figuur van de Heilige Eligius samen met nog enkele andere afbeeldingen. Na ontvangst van dit vaantje werd het vastgehecht aan het hoofd van het paard. Niettegenstaande deze zegening voor de kerk heel wat opbracht, schafte de bisschop dit dus toch af. De beweegredenen zijn niet helemaal duidelijk. Mogelijks was het door de grote opkomst waardoor alles telkens nogal wanordelijk verliep. Alhoewel er een soort parcours was uitgestippeld rondom het kerkhof (vandaar ook de term paardenommegang), geraakten er vele paarden niet bij de sensel van de priester. Maar de reden wordt ons misschien aangereikt door Jozef van Walleghem zelf, die volmondig akkoord ging met de beslissing van bisschop Brenart, want hij merkte op: wat kennisse kan een stomme beeste hebben van de reliquien der heijligen; en vervolgens is’t teenemael onnoodig dat eenige beesten aen de zelve zegenen. Onze kroniekschrijver geeft ook nog mee dat deze bisschoppelijke stopzetting nog niet bij elke paardenbezitter was doorgedrongen, want op 3 december 1782 bemerkte hij toch nog heel wat boeren die met hun paard naar de Sint-Salvatorskerk waren afgezakt, maar dus onverrichter zake dienden terug te keren. Het beëindigen van de paardenzegening in Brugge in 1782 is een interessant gegeven omdat Viaene in zijn bespreking aangeeft dat er in West-Vlaanderen heel wat paardenzegeningen (o.m. die in Brugge) zouden verdwenen zijn door de kerkelijke reactie tegen volksgebruiken na het concordaat van Napoleon met de paus in 1802. Deze aan de Brugse Sint-Salvatorskerk is dus twintig jaar eerder in 1782 reeds stopgezet.

Jan D’hondt

[1] Brugge, Stadsarchief, Handschriften, nr. 51 Jozef Van Walleghem, 1782 (onuitgegeven), p. 320-322. Jozef van Walleghem, een Brugse mersenier met winkel op de Brugse Markt, hield zijn kroniek bij van 1775 tot 1801. De jaren 1787 tot 1797 zijn door het Stadsarchief uitgegeven onder de titel ‘Merckenweerdigste voorvallen en daegelijksche gevallen’. Een aantal jaren zijn beschikbaar op de website van dbnl, zie http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=wall076 . Een vrijwilligster van het Stadsarchief is thans bezig met de transcriptie van de laatste ontbrekende jaren.

[2] A. VIAENE, ‘Ruitersommegangen en paardenzegeningen’, in: Biekorf, 57, (1956), p. 347. Hierin bespreekt hij de bijdrage van Jules Pieters, ‘Bedevaartvaantjes en Paardenommegangen’, verschenen in Ars Folklorica Belgica II, p. 225-264 (1956). In deze bijdrage is er ook sprake van een paardenzegening die ooit plaats vond aan de Brugse Smedenkapel.

Leave A Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *