Jaargang 125 (2025) – Aflevering 4

Artikelen

Koenraad Vandenbussche

Moeizame heropbouw van Oostende na het beleg (1604‑1614)

385-399

Oostende was er na het langdurige beleg (1601-1604) slecht aan toe. De aartshertogen wilden haar terug tot een bloeiende havenstad maken. In deze bijdrage worden de concrete problemen bij de herbevolking en herinrichting toegelicht aan de hand van de manier waarop de nodige geldmiddelen bekomen werden. Met name dienden gericht allerlei, weliswaar in de tijd beperkte belastingen geïnd voor specifieke behoeften, wat maakte dat de aantrekkingskracht van de stad beperkt bleef.

Hendrik Callewier

In het spoor van kanunnik Joris van der Paele (4). Het huis op de Mallebergplaats

400-407

Na een vrij turbulent leven, vestigde Joris van der Paele zich definitief in Brugge, waar hij een kanunnikenprebende had. Hij zou er blijven tot zijn overlijden in 1443. Onderzocht wordt waar zijn woonplaatsen lagen en hoe ze ingericht waren.

Dirk Geirnaert

De warachtighe fabulen der dieren: een onverwachte bron voor Kiliaans Etymologicum

408-415

De derde editie van Kiliaans vermaarde verklarende woordenboek van het Nederlands (1599) is verruimd met tal van lemma’s en aanwijzingen, die toelaten zijn bronnen na te gaan. Samen met een nota in zijn persoonlijk exemplaar zijn 22 woorden van Brugse herkomst. Die blijken overgenomen te zijn uit een fabelcollectie van Eduard de Dene, en dat toont voor het eerst aan dat Kiliaan ook fictionele, puur literaire werken gebruikt heeft.

Xavier Lesage

De gregoriaanse muziek en de Bond der orgelisten van West‑Vlaanderen (1879‑1914)

416-428

In 1879 stichtten West-Vlaamse kosters een vereniging van ‘orgelisten’. Dit paste in de revival van kerkmuziek, zoals nagestreefd door Lemmens en Tinel. De vereniging, die gelinkt was aan de kosteropleiding in Torhout, was erg bedrijvig met onder meer de priesters Joseph Duclos die het gregoriaans propageerde, en daarna Alfons Mervillie, die verruimde tot klassieke muziek. Dat laatste in samenwerking met de kosters zelf, zoals Constant Vanhautte of Octaaf Devaere. Met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog en het overlijden van enkele zwaargewichten hield de vereniging op te bestaan.

De spotnaam ‘Westfluut’ voor West-Vlamingen wordt ontleed. Wellicht verwijst het scheldwoord, zoals het Franse (Picardische) gebruik, naar ‘penis, pik’.

Tijdens zijn tweede Engelandreis (1862) was Gezelle actief bij de congregatie van de Little Sisters of the Poor, een caritatieve vereniging die in Frankrijk ontstaan was. Hij verving er geestelijk directeur Ernest Lelièvre. Relaties met kardinaal Wiseman en met de merkwaardige Charles Pagliano en zijn verwanten speelden een rol, tot in het Klein Seminarie van Roeselare.

Peter De Baets

Een speelkaartenfabriek te Brugge (1761)

441-444

In 1761 kreeg Pierre Paulmier een octrooi om in Brugge speelkaarten te maken. De loopbaan van deze man wordt nagegaan, waarbij blijkt dat hij slechts vrij kort in Brugge actief was.

Jos Monballyu

Het verschaffen van hulp aan de Duitse vijand tijdens de Eerste Wereldoorlog strafrechterlijk vervolgd (1919‑1925), 4: het verschaffen van krijgsbehoeften

445-465

In dit laatste artikel over de bestraffing van samenwerking met de Duitse bezetter tijdens de Eerste Wereldoorlog, komen processen wegens het leveren van allerlei waren als edelmetaal en Franse bakbiljetten, luxeproducten, paarden e.d.m. aan bod. Een samenvattende conclusie voor de vier afleveringen en een lijst van de vervolgden voor het Hof van Assissen van West-Vlaanderen besluit de reeks.

Georges Declercq

Een briefje over het bezoek van Napoleon aan Brugge in 1803

466-468

In 1803 ontving een jongedame van Josephine de Beauharnais, die met Napoleon Brugge bezocht had, een briljanten ring. Vermoedelijk betreft het Sophie vander Gracht d’Eeghem. De toevallige vondst van de brief waarbij een eredame de ring bezorgde en een ontwerp van het antwoord, ondersteunt die hypothese.

John Aspeslagh

Oostende in 1854 (1): de mondaine badstad

469-480

Hoewel Oostende halfweg de negentiende eeuw niet altijd flatteus werd beschreven, ontwikkelde het zich toen toch tot een mondaine badstad, met het nodige vertier en culturele activiteiten. Onder meer illustraties uit die periode laten dit zien.c

Johan Boelaert

Het wel en wee van Karel van Charolais tijdens de Slag van Montlhéry in 1465

481-486

De latere hertog Karel de Stoute liep op het slagveld in 1465 kwetsuren en ziekten op, al werden die soms pas herkend na zijn overlijden. Maar hij maakte er zich ook meester van een deel van de kostbaarheden van de Franse koning, waaronder een waardevol medisch handschrift, dat zijn bastaardbroer, David van Bourgondië, bisschop van Utrecht, voor eigen medisch gebruik hanteerde.

Jean Luc Meulemeester

Een onbekend portret van een Veurnse abt: Joost de Brauwere

487-489

Abt Joost de Brauwere van Veurnse Sint-Nicolaasabdij liet zich op 70-jarige leeftijd portretteren, tien jaar voor zijn overlijden in 1788. Dit schilderij en een schilderij van zijn verwant Paulus de Brauwere (†1803), abt van Oudenburg, behoren nog steeds tot het bezit van afstammelingen van de familie.

Mengelmaren

De geboorteplaats van de rederijker Adriaan Vand(and)erbrugghe (Peter de Baets) 490-492. – Kermisvieren in de vroegmoderne Zuidelijke Nederlanden (Alexander Soetaert) 492-494. – “De gevangenen bezoeken” of “de gevangenen bevrijden” (Dominiek Dendooven) 495. – Moordende vrijbuiters in Ichtegem, 1607 495-496(Koenraad Vandenbussche). – Aeldingher en hoir: begrippen uit het oude Vlaamse erfrecht (Brend Vantournhout) 497. – Nederlandse plaatsnamen in Noord-Frankrijk (Peter De Baets) 499-500. – Een heks in Zandvoorde (Oostende)? (Brend Vantournhout) 500-501.

Beantwoorde vragen

Bossaert en Wallaeys (Peter De Baets) 497-499.

Boekbesprekingen

Emma D’haene, Blije kermisdagen: feesten in de Spaanse en Oostenrijkse Nederlanden (1500-1800) (Alexander Soetaert) 492-494. – Frans Debrabandere, Nederlandse plaatsnamen in Noord-Frankrijk (Peter De Baets) 499-500.

Kleine verscheidenheden uit Vlaamse bronnen

Deffroy. – Deksel. – Distilleerklok. – Doorsnydt. – Esticquet. – t’Eynde mate, t’eynde ghelde. – Faliepers. 502-503

Vraagwinkel

Beyer. – “Geestelijke gevangenis”. – Schepen Marie D’haene in Avelgem. – Parochie ≠  gemeente. – De Croeser en Westvleteren. – Adriaan van der Straeten. – Sanderus’ bibliotheek in 1630. – Muerstock. – Een West-Vlaamse industrieel in Royaumont. – Spade. 504-505